Wanneer krijg je de “diagnose” ADHD?

Let op: het onderstaande artikel gaat nog over de DSM-IV.
Sinds 2013 geldt de DSM-V. Zie daarvoor: http://adhdcoachamsterdam.nl/blog/adhd-criteria-van-dsm-iv-naar-dsm-v-wat-is-veranderd/
=

ADHD “HEB” EN “KRIJG” JE NIET ZOMAAR…
Als je ADHD “hebt”, dan “heb” je ADD plus hyperactiviteit.
(Zie voor ADD deze blog.)
Een psychiater vermoedt dat je een stoornis m.b.t. aandachtstekort plus impulsiviteit en hyperactiviteit hebt, ADHD, wanneer je aan de volgende 6 criteria voldoet:

1.

A: bij kinderen komen gedragingen overeen met minimaal 6 van de 9 gedragskenmerken van tekort aan aandacht PLUS overeen met minimaal 6 van de 9 gedragskenmerken van hyperactiviteit en impulsiviteit. Dus in totaal worden bij kinderen minimaal 12 van de 18 beschrijvingen van gedragskenmerken herkend. (Zie de opsomming van die kenmerken onderaan deze pagina)

B: bij volwassenen komen gedragingen overeen met minimaal 4 of 5 van de gedragskenmerken van tekort aan aandacht PLUS met minimaal 4 of 5 van de 9 gedragskenmerken van hyperactiviteit en impulsiviteit. Dus in totaal worden bij volwassenen minimaal 8 tot 10 van de 18 beschrijvingen van gedragskenmerken herkend! (Zie de opsomming van die kenmerken onderaan deze pagina)

2.

alle herkende symptomen van onoplettendheid zijn gedurende ten minste 6 maanden aanwezig geweest in een mate die onaangepast is en niet past bij het ontwikkelingsniveau.

3.

enkele van die herkende symptomen van onoplettendheid (die beperkingen veroorzaken) waren voor het 7e jaar aanwezig.

4.

enkele van die herkende symptomen van onoplettendheid (die beperkingen veroorzaken) zijn aanwezig op 2 of meer terreinen; bijvoorbeeld op school/werk en thuis.

5.

het “normale” functioneren op school, op het werk of in andere sociale verbanden moet door die herkende symptomen van onoplettendheid significant beperkt en verstoord worden.

6.

de herkende symptomen komen niet uitsluitend voor in het beloop van een pervasieve ontwikkelingsstoornis, schizofrenie of een andere psychotische stoornis en zijn niet eerder toe te schrijven aan een andere psychische stoornis (bijvoorbeeld stemmingsstoornis, angststoornis, dissociatieve stoornis of een persoonlijkheidsstoornis)

 

DE 9 SYMPTOMEN VAN EEN TEKORT AAN AANDACHT

Hier volgen de 9 beschrijvingen (symptomen) van een tekort aan aandacht zoals genoemd onder punt 1A en 1B hierboven.

Tekort aan aandacht – Het kind of de volwassene:

  1. slaagt er vaak niet in voldoende aandacht te geven aan details of maakt achteloos fouten in schoolwerk, werk of bij andere activiteiten
  2. heeft vaak moeite de aandacht bij taken of spel te houden
  3. lijkt vaak niet te luisteren als hij/zij direct aangesproken wordt
  4. volgt vaak aanwijzingen niet op en slaagt er vaak niet in schoolwerk, karweitjes af te maken of verplichtingen op het werk na te komen (niet het gevolg van oppositioneel gedrag of van het onvermogen om aanwijzingen te begrijpen)
  5. heeft vaak moeite met het organiseren van taken en activiteiten
  6. vermijdt vaak, heeft een afkeer van of is onwillig zich bezig te houden met taken die een langdurige aandacht (langdurige geestelijke inspanning) vereisen (zoals school- of huiswerk)
  7. raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of bezigheden (bijvoorbeeld speelgoed, huiswerk, potloden, boeken of gereedschap)
  8. wordt vaak gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels
  9. is vaak vergeetachtig bij dagelijkse bezigheden

 

DE 9 SYMPTOMEN VAN HYPERACTIVITEIT EN IMPULSIVITEIT

Hier volgen de 9 beschrijvingen van hyperactiviteit en impulsiviteit, zoals genoemd onder punt 1A en 1B hierboven. De eerste zes gedragsbeschrijvingen horen bij hyperactiviteit, de laatste drie bij impulsiteit.

Hyperactiviteit – Het kind of de volwassene:

  1. beweegt vaak onrustig met handen of voeten, of draait in zijn/haar stoel
  2. staat vaak op in de klas of in andere situaties waar verwacht wordt dat men op zijn plaats blijft zitten
  3. rent vaak rond of klimt overal op in situaties waarin dit ongepast is (bij adolescenten of volwassenen kan dit beperkt blijven tot subjectieve gevoelens van rusteloosheid)
  4. kan moeilijk rustig spelen of zich bezighouden met ontspannende activiteiten
  5. is vaak “in de weer” of “draaft maar door”
  6. praat vaak aan een stuk door

Impulsiviteit – Het kind of de volwassene:

  1. gooit het antwoord er vaak al uit voordat de vragen afgemaakt zijn
  2. heeft vaak moeite op zijn/haar beurt te wachten
  3. verstoort vaak bezigheden van anderen of dringt zich op (bijvoorbeeld mengt zich zomaar in gesprekken of spelletjes)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *